donderdag 27 november 2014

De vijf lekengeloften

De vijf lekengeloften

Als je merkt dat het boeddhisme je motiveert, kun je één of meer van de vijf lekengeloften afleggen. Die zijn:
  • Niet doden. Het gaat hier vooral om het doden van mensen, maar het is ook goed respect te hebben voor alle voelende wezens, dus ook voor vissen en kleine diertjes (muggen, mieren, enz.).
  • Niet stelen, dat wil zeggen; nemen wat niet gegeven is.
  • Niet liegen.
  • Geen seksueel wangedrag, dat wil zeggen geen overspel plegen.
  • Geen bedwelmende middelen nemen, zoals alcohol en drugs.
Als je de lekengeloften neemt dan neem je die voor de rest van dit leven. Het is dus verstandig om daar van te voren goed over na te denken. De geloften worden genomen in een kort ritueel, vaak gecombineerd met het nemen van toevlucht
(Om de atmosfeer op het terrein van het Maitreya Instituut zuiver te houden gelden deze gedragsregels voor iedereen die zich op het terrein bevindt.)

woensdag 26 november 2014

Hoe wordt je boeddhist?

Boeddhist worden in de volle betekenis van het woord betekent je verbinden met 'De Drie Juwelen'. Deze zijn: de Boeddha, het ideaal van Verlichting ; De Dharma, de leer en methodes van het boeddhisme . de Sangha, de gemeenschap van mensen die elkaar op vriendschappelijke basis aanmoedigen en ondersteunen in het beoefenen van de Dharma. 

Lid worden van de Westerse Boeddhisten Orde betekent 'De Drie Juwelen' volledig te omarmen en een integraal onderdeel te laten zijn van het leven van alle dag. De Westerse Boeddhisten Orde staat voor iedereen open ongeacht geslacht, leeftijd, ras of afkomst. 

Theravada Boeddhisme

Theravada betekent "School der Ouderen".

Na de dood van de Boeddha ontstonden verschillende scholen die allemaal de Dhamma op een eigen manier interpreteerden. De basis bleef steeds dezelfde (De 4 Edele waarheden), maar de vormen van beoefening en accenten verschilden.
Het Theravada is de oudste bewaard gebleven vorm van boeddhisme en wordt tot op de dag van vandaag beoefend in Zuid Azië: Sri Lanka, Thailand, Myanmar, Laos, Cambodia.

Vier nobele waarheden

De lering over de Vier Nobele Waarheden (ook wel de Vier Edele Waarheden genoemd) is de eerste lering die Gautama Boeddha gaf en vormt de basis van alle boeddhistische leringen, zowel van het Theravada- als het Mahayana-boeddhisme.

  • De eerste waarheid: Er is lijden
  • De tweede waarheid: Het lijden heeft een oorzaak
  • De derde waarheid: De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden
  • De vierde waarheid: Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd

Het lijden (Pali: Dukkha)

‘Dit, monniken, is de Edele Waarheid van Dukkha (Pali; vaak vertaald als "lijden", "stress", "angst", of "ontevredenheid"): geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, de dood is lijden, verdriet en weeklagen, pijn, smart en wanhoop zijn lijden; omgaan met hetgeen waarvan je een afschuw hebt is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden, niet krijgen wat men wil hebben is lijden – kortom, de vijf groepen (die object zijn) van hechten, zijn lijden.’
—Boeddha
Dukkha suggereert dat een fundamentele ontevredenheid alle vormen van het leven kan doordringen, aangezien alle levensvormen vergankelijk zijn en constant veranderen. Dukkha wijst op een gebrek aan voldoening, een gevoel dat de dingen niet voldoen aan onze verwachtingen of normen. De nadruk op dukkha is niet pessimistisch bedoeld, maar om je er bewust van te maken, en de aard van dukkha te identificeren, zodat dukkha aspecten kunnen worden opgelost. De Boeddha erkende dat er zowel geluk en verdriet in de wereld is, en hij onderwees ook, dat vaak als we een soort van geluk ervaren, deze aan verandering onderhevig is, en niet van blijvende aard is. Als gevolg van deze onstabiele, vergankelijke aard van alle dingen, hebben deze ervaringen een aspect van dukkha of onvoldoening in zich. Daarom zal de onvrede blijven bestaan, tenzij we hiervan bewust worden en inzicht krijgen in deze waarheid, en begrijpen wat ons wel en niet echt gelukkig maakt.

De oorzaak van het lijden (Pali: Samudaya)

‘Dit monniken, is de Edele Waarheid van de Oorzaak van Lijden: het is de hunkering die wedergeboorte (patisandhi) veroorzaakt en welke gepaard gaat met begeerte en wellust, en welke bevrediging zoekt in dingen, dan weer hier, dan weer daar, namelijk: hunkering naar zintuiglijke geneugten (kama tanha), hunkering naar bestaan, en hunkering naar niet-bestaan’
—Boeddha
De oorzaak voor het lijden is de begeerte naar iets. Deze begeerten zijn op te delen in drie typen:
  • Zintuiglijke begeerte (Pali: kama tanha): Deze begeerte bestaat uit de hunkering naar sensueel genot. Het betreft hier een mentale begeerte naar de plezierige gevoelens die ontstaan als gevolg van zintuiglijk contact, zoals wanneer een lekker drankje contact maakt met de tong, of wanneer men zichzelf bewust wordt van het horen van een plezant geluid.
  • Begeerte naar bestaan. (Pali: bhava tanha): Deze begeerte houdt het willen blijven bestaan in de huidige vorm, of de hunkering naar een bestaan in een alternatieve vorm, in alternatieve omstandigheden of met alternatieve karaktereigenschappen. Bijvoorbeeld: "Ik wou dat ik ... was."
  • Begeerte naar niet-bestaan (Pali: vibhava tanha): Deze begeerte heeft betrekking op het niet willen blijven bestaan in de huidige vorm of omstandigheden, of het niet willen bestaan in een alternatieve vorm of omstandigheden. Ook het willen sterven valt hieronder. Bijvoorbeeld: "Ik wou dat ik nooit ... zou hoeven te zijn"
Al het menselijk lijden ontstaat als gevolg van deze drie vormen van begeerte. Deze vormen van begeerte ontstaan op hun beurt door het aanwezig zijn van onwetendheid: het niet begrijpen van de drie karakteristieken en het daardoor ontstaan van de perceptie van een 'zelf'. Onze begeerten om de realiteit te veranderen zijn op dit gepercipieerde zelf gebaseerd. Indien dit gevoel van "ik ben" er niet zou zijn, zou er geen begeerte en dus ook geen lijden zijn.

De opheffing van het lijden (Pali: Nirodha)

‘Dit, monniken, is de Edele Waarheid van de Opheffing van Lijden: Het is het gaandeweg verdwijnen en uiteindelijk ophouden van voornoemde begeerten. Het opgeven, het laten varen, het loslaten en de verwerping van deze hunkering zonder dat er een spoor van overblijft.’
—Boeddha
Deze waarheid vertelt dat ieder mens genoeg in zich heeft om het lijden op te heffen. Verlossing van het lijden wordt ook wel verlichting, ontwaking of Nirwana genoemd. Om deze toestand te bereiken zouden we moeten beseffen dat werkelijk geluk niet voortkomt uit het enkel nastreven en bereiken van onze hunkeringen, maar juist volgt als we openstaan voor de realiteit, door te zien wat er met en in ons gebeurt, en deze realiteit te accepteren zoals ze is.

Het pad naar de opheffing van het lijden (Pali: Magga)

‘Dit, monniken, is de Edele Waarheid van de Weg die leidt naar de Opheffing van Lijden: Het is simpelweg het Edele Het Achtvoudige Pad, namelijk: juist inzicht, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juiste wijze van levensonderhoud, juiste inzet, juist aandachtig zijn, juiste concentratie.’
—Boeddha


Het achtvoudige pad

Het Edele achtvoudige pad is het Boeddhistische pad naar verlichting. Het zet in acht onderdelen uit hoe de mens de onrust van geest en het lijden kan overwinnen.

Het Achtvoudige Pad is met andere woorden een omschrijving van de weg die leidt tot opheffing van het lijden:
  1. Het juiste inzicht
  2. De juiste intentie
  3. De juiste spraak
  4. Het juiste handelen
  5. De juiste wijze van levensonderhoud
  6. De juiste inspanning
  7. De juiste aandacht
  8. De juiste concentratie

Nirwana

Nirwana (Sanskriet निर्वाण, nirvāņa) of Nibbana (Pali) is een belangrijk begrip in het boeddhisme en verwijst naar de hoogste staat die door de mens bereikt kan worden, en waardoor heiligheid behaald wordt. Het betekent letterlijk: uitgeblust, onbeweeglijk. Het uitgedoofd zijn verwijst naar het einde van begeerte, aversie en verwarring, wat het hoofddoel van het boeddhisme is. 

Naast het boeddhisme kennen andere Indiase spirituele tradities ook een nirwana, vaak met een andere betekenis.

Iemand die het Nibbana behaald heeft, is iemand waarin de mentale oorzaken van het lijden (verlangens en aversie) niet meer kunnen ontstaan, omdat aan de oorzaak ervan (onwetendheid en verwarring) voor altijd een einde is gemaakt.
Het 'uitdoven' of 'uitgaan' van verlangens, haat, onwetendheid en verwarring is volgens de leer van de Boeddha een logisch resultaat van de ontwikkeling van het Achtvoudig Pad (zie ander bericht) tot aan het hoogste niveau. Verder kan gezegd worden dat iemand die het Nibbana behaald heeft, de Vier Nobele Waarheden (zie ander bericht) in al haar aspecten compleet begrijpt en deze ook volledig toegepast heeft.

(de) Boeddha

Gautama Boeddha wordt ook wel de Sakjamoeni (sakyamuni) Boeddha genoemd en werd geboren als Siddhartha Gautama. De naam Siddhartha betekent: hij, wiens doel is volbracht of van wie elke wens vervuld is. Vaak wordt hij kortweg "de Boeddha" of "Boeddha" genoemd. Boeddha betekent 'hij die ontwaakt (verlicht) is'. 

Belangrijk om te weten:
De titel 'Boeddha' wordt gegeven aan iemand die op eigen kracht, zonder leraar, de Dhamma (de waarheid, de natuurlijke ordening der dingen) ontdekt heeft en verlichting heeft bereikt. Volgens overlevering zijn er voor Gautama Boeddha nog een aantal andere boeddha's geweest (een beroemde lijst noemt 28 boeddha's). 

maandag 24 november 2014

Boeddhabeelden

Boeddha werd niet als een God aanbeden maar toch zijn er vele beelden van hem.

Uiterlijke kenmerken:

  • Een bolvormige uitwas op het hoofd vormt het symbool van zijn grotere inzicht. Dit uitstulpsel is vermoedelijk afkomstig van een aloude hindoeïstische gewoonte van asceten om het haar in een knot op het hoofd te binden. Boeddha heeft ook een aantal jaren als asceet geleefd.
  • Lange oorlellen, veroorzaakt door het dragen van zware oorsieraden, als teken van zijn koninklijke afkomst.
  • De beelden hebben de ogen altijd gesloten. Dit symboliseert een houding van ingekeerdheid, ofwel een meditatiehouding.



In tempels en bij mensen thuis staan veelal boeddhabeelden in meditatiezit. Deze beelden zijn omgeven door kaarsen, wierook, bloemen en schaaltjes met offergaven. Men brengt eer aan Boeddha, en aan de Boeddha in zichzelf, door een buiging voor hem te maken. Daarbij houdt men de handen voor de borst waarbij de handpalmen naar elkaar gericht zijn en de duimen naar binnen gekeerd. 8 Mei is de Jaardag van Boeddha. Het is traditie om op die dag een kaars voor hem te branden en dan een speciale wens te doen.

Een gekregen Boeddha geeft geluk omdat het gebaar van het geven het beeld waarde toekent. Jezelf een Boeddhabeeld cadeau doen kan, onder voorwaarde dat de intentie goed is en het beeld behandeld wordt met eerbied en respect. Plaats het Boeddhabeeld met het gezicht naar de deur gericht en nooit op de grond.

Enkele Boeddhabeelden uitgelegd: 
Meditatiezit 
In de meditatiezit raakt de Boeddha met de vingers van zijn rechterhand de aarde aan. Toen Boeddha bijna de verlichting bereikt had, probeerden kwade machten hem hiervan af te houden. Daarop raakte Boeddha met zijn rechterhand de aarde aan om deze als getuige op te roepen voor de waarheid van zijn woorden. Op dat moment werd de prins Siddhartha, Boeddha, de Verlichte.

Yoghiman (orang malu)  Yoghiman vindt zijn oorsprong in landen als Indonesië en India en stelt een in zichzelf gekeerde, mediterende man voor. Hij wordt ook wel de “Weeping Buddha” genoemd, Boeddha die huilt om het leed van de wereld. Maar Yoghiman is in zijn hart gelukkig, hij heeft vrede met zichzelf gevonden. Wie hem beter aankijkt ontdekt zijn lachende gezicht: de handen zijn tanden, het hoofd is zijn neus en de oren zijn de ogen. De achterkant herbergt de vorm van een hart; dit staat voor leven en kracht. De armen hebben de vorm van een foetus; dit staat voor reinheid en een nieuw begin. Van Yoghiman wordt gezegd dat hij al het kwade buiten de deur houdt wanneer hij met zijn rug naar de hoofdingang toe wordt geplaatst. Door dagelijks over de rug van Yoghiman te aaien en door hem goed te behandelen worden volgens de legende zorgen weggenomen en groeit het zelfvertrouwen.
Lachende Boeddha Ook wel “dikbuik Boeddha” genoemd. Dit zijn Chinees-boeddhistische godenbeelden van rijkdom, voorspoed en geluk. De Chinese naam luidt Pu-Tai-Ho-Shang. Een lachende Boeddha staat voor geluk, blijheid, succes, welvaart en voorspoed. Men gelooft dat het meer geluk brengt als je af en toe over de dikke buik van Boeddha wrijft.
Mudra
Een van de karakteristieken van Boeddhabeelden en van andere boeddhistische figuren, is de houding van de handen, de mudra. Iedere mudra heeft zijn eigen betekenis. Dit zijn de meest voorkomende.
Dharmachakramudra
Twee handen voor de borst met de wijsvingers en de duimtoppen tegen elkaar gedrukt. Deze houding symboliseert het het in beweging zetten van het Wiel van de Leer. Deze houding zie je vooral bij beelden die de historische boeddha, Shakyamuni, voorstellen op het moment van de eerste prediking, en bij beelden van de hemelse boeddha van het Centrum (het heelal), Vairochana genaamd. 
Bhumisparshamudra De rechterhand omlaag met de vingers naar beneden gericht en de handpalm naar het lichaam gekeerd. Deze houding symboliseert de aanraking van de aarde. De houding verwijst naar het moment dat de historische Boeddha de verlichting bereikte en daarbij de Aarde als getuige aanriep. Ook typeert deze houding de hemelse boeddha van het Oosten, Akshobhaya.
Varadamudra De rechterhand omlaag met de vingers naar beneden en de handpalm naar buiten gekeerd. Dit is de handhouding van zegen en vrijgevigheid. Hij toont de historische Boeddha in zijn dagelijkse activiteiten van zegenen, vrijgevigheid en afstandelijkheid. Ook hoort deze houding bij de hemelse Boeddha van het Zuiden, Ratnasambhava.
Dhyanamudra Beide handen in elkaar gevouwen in de schoot - de historische Boeddha in dagelijkse meditatie. Daarnaast is deze houding verbonden met de hemelse Boeddha van het Westen, Amitabha.
Abhayamudra De rechterhand opgeheven tot de hoogte van de borst, met de handpalm naar buiten gekeerd. Dit is de handhouding van geruststelling. Hij hoort bij de historische Boeddha in zijn dagelijkse activiteit van geruststelling en bij de hemelse Boeddha van het Noorden, Amoghasiddhi.
Vitarkamudra De rechterhand opgeheven, de handpalm naar buiten gekeerd met duim en wijsvinger naar elkaar toe gebogen. Dit is de houding van redenering, onderwijzen en discussie. Gewoonlijk zie je die bij voorstellingen van de historische Boeddha in allerlei scènes van prediking.

Boeddhabeelden kunnen allerlei attributen in hun handen hebben die verschillende symbolische betekenissen hebben, zoals:
  • een schaal in de hand is vaak voor aalmoezen;
  • de wilgentak geeft het vermogen aan om demonen en natuurrampen af te wenden;
  • pijl en boog duiden op het vermogen zich met anderen te verbinden en effectief baat te vinden bij vele leraren en vrienden;
  • de bijl symboliseert het vermogen om persoonlijke problemen te overwinnen;
  • de bel geeft met de klank die langzaam uitsterft het vergankelijke karakter van alles aan;
  • de lotusbloem staat voor zuiverheid, verlichting, barmhartigheid en mededogen;
  • de soetrarol bevat de leerstelling van Boeddha;
  • de sistrum, de staf met ringen, weerspiegelt mededogen en het vermogen alle wezens te beschermen;
  • een schelp symboliseert het eeuwige oergeluid. 

Legende over de Boeddha

Koningin Maya, van het volk der Sakhya's, was zwanger. Wijze mannen bezochten haar en vertelden haar dat ze zwanger was van een goddelijke zoon, die of een groot heerser, of een grote geestelijke leraar, een asceet, zou worden. Maya stierf een week na de geboorte van die zoon, Siddhartha Gautama, in het kraambed. Haar echtgenoot, koning Suddhodhana, was vastbesloten dat zijn zoon hem ooit zou opvolgen, en geen asceet zou worden. Daarom voedde hij de jonge prins op in de beschermde omgeving van het koninklijk paleis, en zag hij erop toe dat hij niet met de buitenwereld in contact kwam. Siddhartha leidde zodoende weliswaar een leven van luxe en plezier, maar hij was niet gelukkig.
Hij trouwde met zijn nicht, en werd vader van een zoon. Op een dag verliet Siddhartha het paleis om een tochtje te gaan maken. Tijdens dat uitstapje zag hij vier mannen: een oude man, een zieke man, een dode man en een asceet, die zelf niets bezat, maar leefde van voedsel en geld dat hem geschonken werd. Niettemin zag hij er gelukkig uit. Siddhartha zag plotseling dat niets in het leven bestendig is, en besloot het voorbeeld van de asceet te volgen. Hij vertrok diezelfde avond nog uit het paleis, om de verlossing uit het lijden en de kringloop van het bestaan te vinden.
Hij sloot zich aan bij vijf asceten die zich in de wildernis hadden afgezonderd. Ze volgden een strenge ascese, in de hoop zo de verlossing uit het lijden te bereiken. Siddharta volgde hun voorbeeld, en gaf zich over aan de extreemste vormen van ascese. Zes jaar later, toen hij bijna doodging van de honger, zag hij in dat dit niet de juiste manier was om de verlossing te bereiken. Hij trok daarom verder, en nam voedsel aan om weer op krachten te komen. Hij herinnerde zich hoe hij als kind in een staat van samadhi was geraakt toen hij een keer naar het ploegen van zijn vader had zitten kijken. Toen hij weer op krachten was besloot hij onder een boom te mediteren, en er niet onder vandaan te komen voordat hij de verlossing had bereikt. Op de negenenveertigste dag kreeg hij inzicht in zijn vorige levens, en zekerheid over de oorzaken van het lijden van de mens en hoe dat lijden kan worden weggenomen. Hierdoor was hij een ontwaakt persoon, de Boeddha.
De rest van zijn leven trok hij door India, onderwijzend wat hij had geleerd. Zijn eerste volgelingen waren de vijf asceten. Ook zijn familie nam zijn leer aan, en zijn tante werd de eerste boeddhistische non.
Op tachtigjarige leeftijd wist hij dat hij zou sterven. Ook zou hij niet opnieuw worden geboren, zelfs niet in de hemel, omdat hij nu verlicht was en nu voor altijd in het pari-nibbana opging. Toen men hem vroeg wie hem op moest volgen, vertelde hij dat er geen opvolger moest komen, maar dat zijn lessen bewaard moesten blijven.

Boeddhiehoewat?

Het boeddhisme is een levensbeschouwelijke en religieuze stroming die volgens de overlevering werd gesticht door Gautama Boeddha, of ook wel Guatama Siddhartha genoemd

Doel:
- bevrijd worden uit de kringloop van wedergeboorte, om zo nooit meer te hoeven lijden.
- verlichting bereiken.

Het ontstaan

Waar? India.
Wanneer? vijfde eeuw voor Christus. In die tijd was het Brahmanisme dominant in India. Brahmanisme is een vroege vorm van hindoeïsme. Het strikt naleven van rituelen stond hierin centraal. In reactie hierop ontstond de Sramanabeweging (!) die naar individuele verlossing streefden. Het boeddhisme was een van de stromingen die uit de Sramana ontstonden (!), naast onder andere het Jainisme en de leer van de Upanishaden.